Rb. 's-Gravenhage 27 mei 2005, ECLI:NL:RBSGR:2005:AT8392

[...] In het onderhavige geval is de voordracht door verweerder pas na het einde van de proeftijd gedaan. Daaraan doet niet af dat de BDZ eiseres op 8 november 2003, derhalve tijdens de proeftijd, ervan in kennis stelde dat hij een voorstel tot ontslagverlening indiende. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het ontslagbesluit niet tijdens de proeftijd is genomen en dat verweerder ten onrechte artikel 39, zevende lid, van het AMAR aan het besluit tot ontslagverlening ten grondslag heeft gelegd. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen komt het bestreden besluit, waarbij de rechtbank er vanuit gaat dat de Staatssecretaris de Kroon vertegenwoordigt, wegens strijd met het bepaalde in artikel 47, derde lid, en artikel 39, zevende lid, van het AMAR voor vernietiging in aanmerking. Het beroep dient derhalve gegrond te worden verklaard. [...]

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen