Rb. 's-Gravenhage 4 april 2005, ECLI:NL:RBSGR:2005:AT7135
[...] Tussen partijen is slechts in geschil de juistheid van de in het bestreden besluit gehandhaafde ingangsdatum van de uitkering. [...] Niet is betwist dat eiser zich eerst op 24 maart 2003 heeft gemeld bij het CWI met het doel een aanvraag om een bijstandsuitkering in te dienen. Uit het bepaalde van artikel 68a, eerste lid, van de Abw vloeit vervolgens voort dat 24 maart 2003 als ingangsdatum voor het toekennen van de bijstandsuitkering dient te worden aangemerkt. In verweerders Handboek is neergelegd dat de datum van melding bij het CWI voor een WW-uitkering kan worden aangemerkt als ingangsdatum voor het recht op bijstand, indien tussen de datum van het besluit tot afwijzing van de WW-aanvraag en de datum van melding om bijstand een redelijke termijn (niet te lang) ligt. Verweerders gemachtigde heeft ter zitting aangegeven dat binnen een week als redelijke termijn wordt beschouwd. De rechtbank acht het door verweerder gehanteerde beleid noch onjuist noch onredelijk, nu een ruimere interpretatie van het uitgangspunt van artikel 68a, eerste lid, van de Abw, hiermee mogelijk wordt gemaakt. Ook de Centrale Raad van Beroep heeft in de recente uitspraak van 8 maart 2005 (04/4207 NABW) geoordeeld dat in de wetgeschiedenis geen aanknopingspunten zijn te vinden die erop wijzen dat artikel 68a van de Abw heeft beoogd om de mogelijkheid om met terugwerkende kracht bijstand te verlenen in absolute zin te begrenzen. Verzoeker heeft ruim twee weken na de afwijzing van zijn WW-aanvraag de onderhavige aanvraag ingediend. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder dan ook in redelijkheid de concrete aanvraagdatum voor een bijstandsuitkering, te weten 24 maart 2003, als ingangsdatum voor de uitkering kunnen hanteren. Het beroep is dan ook ongegrond. [...]
De uitspraak op rechtspraak.nl