Rb. 's-Gravenhage 11 april 2005, ECLI:NL:RBSGR:2005:AT6864

[...] De rechtbank dient te beoordelen of verweerder voor de definitieve vaststelling van eisers functie in redelijkheid gebruik heeft kunnen maken van het (nieuwe) systeem van FUWADEF (artikel 5 (nieuw) van het BBAD). [...] Eisers grief dat verweerder door de late vaststelling van de functie in strijd met de rechtszekerheid zou hebben gehandeld, leidt evenmin tot een ander oordeel. Blijkens de stukken is eiser met ingang van 1 juni 1996 op zijn huidige functie geplaatst. Zijn functie is daarbij indicatief ingedeeld in hoofdgroep IV, niveaugroep f, overeenkomend met schaal 11 van het BBAD, zoals dat toen luidde. Verweerder heeft weliswaar erkend dat in beginsel definitieve vaststelling binnen een jaar na plaatsing geschiedt, maar de door verweerder voor de vertraging gegeven verklaring acht de rechtbank alleszins plausibel. Daar komt bij dat eiser niet in zijn belangen is geschaad. Het BBAD kent namelijk geen verplichting als door eiser bepleit en eiser heeft op zijn beurt geruime tijd gewacht - tot de brief van 7 november 2000 - met een eerste verzoek tot definitieve vaststelling van zijn functie. Het voorgaande leidt tot het oordeel dat verweerder op goede gronden de keuze voor het systeem van FUWADEF heeft gehandhaafd. Het beroep is derhalve ongegrond. [...]

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen