Rb. 's-Gravenhage 7 april 2005, ECLI:NL:RBSGR:2005:AT5055
Herhaalde aanvraag / onjuiste verklaringen in eerste procedure. Verzoeker heeft na uitreiking van de AC-beschikking verklaard dat hij in eerste instantie onjuiste verklaringen heeft afgelegd. Verzoeker zou onmiddellijk opnieuw asiel willen aanvragen en is van mening dat de eerste beschikking moet worden ingetrokken nu hij zo kort na de uitreiking ervan heeft aangegeven dat hij onjuiste gegevens heeft verstrekt. De gewijzigde verklaringen die verzoeker na het eerste besluit heeft afgelegd zijn niet aan te merken als omstandigheden in de zin van artikel 83, eerste lid, Vw 2000, nu niet valt in te zien waarom verzoeker deze verklaringen niet eerder had kunnen afleggen. De rechtbank oordeelt dat verweerder de eerste aanvraag binnen het AC heeft kunnen afwijzen op grond van artikel 31, lid 1, juncto artikel 31, lid 2, sub f, Vw 2000. Nu verweerder niet gehouden was de eerste beschikking in te trekken, betreft de tweede aanvraag een herhaalde aanvraag, waarvoor het relevante toetsingskader artikel 4:6 Awb is. De vraag of sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 83 Vw 2000 dient beantwoord te worden aan de hand van dezelfde criteria als die welke gelden bij de toepassing van artikel 4:6, eerste lid, Awb. Nu de rechtbank de vraag of sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden in de zin van artikel 83 Vw 2000 reeds ontkennend heeft beantwoord, kan evenmin sprake zijn van nieuwe feiten en omstandigheden in de zin van artikel 4:6 Awb. In dit geval is niet gebleken van bijzondere, op de individuele zaak betrekking hebbende, feiten en omstandigheden in verband waarmee zou kunnen worden geoordeeld dat de aanvraag niet met toepassing van het bepaalde bij artikel 4:6 Awb mocht worden afgewezen. Beroep ongegrond, afwijzing verzoek.
De uitspraak op rechtspraak.nl