Rb. 's-Gravenhage 22 april 2005, ECLI:NL:RBSGR:2005:AT4970

Zetelovereenkomst / artikel 1 sub m Vw 2000. In geschil is de vraag of verweerder terecht het standpunt heeft ingenomen dat de vreemdelingenwetgeving ten aanzien van eiseres niet van toepassing is omdat zij op grond de zogeheten Zetelovereenkomst (het Verdrag tussen de ... en Nederland) de ‘uitgezonden status’ in de zin van paragraaf B12/3.1 Vc 2000 geniet. De rechtbank overweegt dat eiseres niet de Nederlandse nationaliteit bezit en niet op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander moet worden behandeld. Derhalve wordt eiseres ingevolge artikel 1, aanhef en sub m, Vw 2000 aangemerkt als een vreemdeling en is op haar de vreemdelingenwetgeving van toepassing. Evenmin is er geen algemeen verbindend voorschrift van gelijke of hogere orde die ertoe noopt de vreemdelingenwetgeving ten aanzien van eiseres buiten toepassing te laten. Verweerder baseert zijn standpunt dat de vreemdelingenwetgeving ten aanzien van eiseres niet van toepassing is op de in paragraaf B12/3.1 Vc 2000 opgenomen beleidsregels. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen beleidsregels echter niet bewerkstelligen dat eiseres wordt uitgesloten van rechten die zij aan de vreemdelingenwetgeving kan ontlenen. Derhalve ligt aan het standpunt van verweerder een onjuiste rechtsopvatting ten grondslag. Beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen