Rb. 's-Gravenhage 4 maart 2005, ECLI:NL:RBSGR:2005:AT0927
Mvv / hardheidsclausule / belangenafweging. Eiseres heeft de aanvraag niet tijdig ingediend, omdat zij in de veronderstelling verkeerde dat zij eerst ingeschreven moest worden in de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA). Eiseres heeft zich na binnenkomst hier te lande conform hoofdstuk B1/1.1.8 Vc 2000 juncto artikel 4.47, eerste lid, Vb 2000 als houdster van een geldige mvv binnen een termijn van drie dagen in persoon gemeld bij de korpschef. Uit hoofdstuk B1/1.1.8 Vc 2000 blijkt dat de vreemdeling bij de aanmelding in de gelegenheid wordt gesteld een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning in te dienen en dat aan de houder van een geldige mvv slechts in uitzonderlijke gevallen een verblijfsvergunning kan worden geweigerd. Uit de feitelijke gang van zaken volgt dat eiseres bij haar aanmelding kennelijk niet in de gelegenheid is gesteld een aanvraag in te dienen. Dit heeft er mede toe geleid dat eiseres in de onjuiste veronderstelling is blijven verkeren dat zij eerst na inschrijving in de GBA een aanvraag kon doen. Gelet op de aan verweerder toe te rekenen gebrekkige gang van zaken bij de aanmelding heeft verweerder zich niet in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat geen sprake is van een onbillijkheid van overwegende aard zoals bedoeld in het vierde lid van artikel 3.71 Vb 2000. Mitsdien heeft verweerder in geval van eiseres ten onrechte vastgehouden aan het vereiste bezit van een geldige mvv. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl