Rb. 's-Gravenhage 25 februari 2005, ECLI:NL:RBSGR:2005:AT0461
Staatlozen / buiten schuld niet kunnen vertrekken / Russisch staatsburgerschap. Nu uit het individueel ambtsbericht van 8 augustus 2003, gelezen in samenhang met de telefoonnotitie van 18 maart 2004, blijkt dat het uitsluitend aan de Russische autoriteiten is voorbehouden om uitspraken te doen over het wel of niet hebben verkregen van het Russisch staatsburgerschap, dient uitgegaan te worden van de juistheid hiervan. De Russische autoriteiten hebben ten aanzien van eisers verklaringen afgegeven waaruit blijkt dat zij het Russisch staatsburgerschap niet hebben verworven. Indien verweerder desondanks van mening is dat eisers het staatsburgerschap van de Russische Federatie hebben verkregen, dan dient verweerder dit nader te onderbouwen. Nu de rechtbank reeds heeft overwogen dat verweerder onvoldoende gemotiveerd heeft waarom eisers het staatsburgerschap van de Russische Federatie zouden bezitten, kan verweerders standpunt dat eisers op grond van de Overeenkomst tussen de Beneluxstaten en de Republiek Letland betreffende de overname van onregelmatig verblijvende personen als derdenlanders kunnen worden aangemerkt en zij uit dien hoofde op grond van voornoemde overeenkomst naar Letland kunnen terugkeren, evenmin standhouden. Voorzover verweerder van mening is dat er een andere rechtsgrond bestaat op grond waarvan Letland blijkens de Overnameovereenkomst is gehouden om eisers tot Letland toe te laten, is de rechtbank van oordeel dat hiervan niet is gebleken. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl