Rb. 's-Gravenhage 25 januari 2005, ECLI:NL:RBSGR:2005:AS9656
Bewaring / toegangsweigering / schadevergoeding. De toegangsweigering op 8 november 2004 is niet kenbaar aan eiser bekendgemaakt. Eiser is van 8 november 2004 tot 11 november 2004 op een strafrechtelijke grondslag van zijn vrijheid beroofd. Na in vrijheid te zijn gesteld op 11 november 2004 is eiser direct overgedragen aan personeel van de grens in het kader van de Vw 2000. Ten behoeve van deze handeling is eiser herbeschikt van artikel 7 naar artikel 6 Vw 2000. De artikelen 6 en 7 Vw 2000 stellen als voorwaarde dat de vreemdeling de toegang tot Nederland is geweigerd. Eisers vrijheidsontneming op grond van artikel 6 Vw 2000 was derhalve niet rechtens juist. Eiser is onbevoegdelijk in de macht van verweerder gekomen. Nu eiser niet kenbaar de toegang tot Nederland was geweigerd, diende hij na afloop van zijn strafrechtelijke vrijheidsontneming vrijgelaten te worden of met toepassing van artikel 50, derde lid, Vw 2000 in de macht van verweerder gebracht te worden. Eiser is op 9 december 2004 overgeplaatst naar een opvangcentrum, waarmee de maatregel ex artikel 6 Vw 2000 is opgeheven. De gehele periode van de vrijheidsontneming op grond van artikel 6 Vw 2000, derhalve vanaf 11 november 2004 tot 9 december 2004, is onrechtmatig. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl