Rb. 's-Gravenhage 9 februari 2005, ECLI:NL:RBSGR:2005:AS6592

Amv / adequate opvang / China. De rechtbank is van oordeel dat, nu de asielaanvraag van eiseres dateert van 9 april 2000, het beleid van toepassing is zoals dat gold vóór 4 januari 2001 en derhalve ook de definitie van adequate opvang, zoals geformuleerd in TBV 1996/1 en in hoofdstuk B7/13 Vc 1994. Verweerder heeft derhalve terecht aan dit beleid getoetst. Op 9 april 2001 is een ambtsbericht uitgebracht over de positie van minderjarigen in China. Op grond van het ter plaatse verrichte onderzoek wordt in dit ambtsbericht geconcludeerd dat in China adequate opvang voor Chinese minderjarigen aanwezig is ongeacht de leeftijd van de vreemdeling. De rechtbank overweegt dat eiseres indertijd niet uit een weeshuis of soortgelijke instelling is ontvoerd, maar dat zij juist werd ontvoerd, terwijl haar toen geen adequate opvang werd geboden, terwijl die thans wel aanwezig is. Het argument van eiseres dat de bestreden beschikking onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen, omdat geen rekening is gehouden met individuele omstandigheden, slaagt niet, aangezien zij niet heeft gesteld of aangetoond dat in haar geval geen adequate opvang aanwezig is. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen