Rb. 's-Gravenhage 6 december 2004, ECLI:NL:RBSGR:2004:AT4404

Afwijzingsgrond / dubbele aanvraag. Na een asielaanvraag vragen eisers een reguliere verblijfsvergunning voor verblijf bij moeder. Verweerder werpt aan de asielaanvraag de imperatieve afwijzingsgrond van artikel 30c Vw 2000 tegen, omdat eisers een andere aanvraag om een verblijfsvergunning hebben gevraagd, waarop nog niet onherroepelijk is beslist, terwijl zij op grond van die laatste aanvraag rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 onder f, g en h, Vw 2000 hebben. De rechtbank is van oordeel dat deze afwijzingsgrond alleen betrekking heeft op de situatie dat de aanvraag om die andere vergunning voorafgaat aan de asielaanvraag, en niet in de omgekeerde situatie. De rechtbank baseert dit oordeel op de tekst van de wet, de parlementaire geschiedenis en verweerders eigen opvatting, blijkend uit de Vreemdelingencirculaire 2000. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen