Rb. 's-Gravenhage 28 september 2004, ECLI:NL:RBSGR:2004:AS6615
Afghanistan / beëindiging categoriaal beschermingsbeleid. Verweerder heeft in het voornemen, waarin bekend is gemaakt dat de grond voor verlening van de vergunning is komen te vervallen, omdat het categoriaal beschermingsbeleid ten aanzien van vluchtelingen uit Afghanistan is beëindigd, tevens kenbaar gemaakt dat het relaas van eisers, noch de overige thans bekende feiten en omstandigheden, afgezet tegen het ambtsbericht van 19 augustus 2002 reden zijn om aan te nemen dat eisers thans in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op een van de andere gronden van artikel 29 Vw 2000. Eisers zijn vervolgens in de gelegenheid gesteld hun zienswijze op het voornemen kenbaar te maken. Eerst daarna zijn eisers over de nieuwe situatie gehoord. Verweerder heeft vervolgens de bestreden besluiten genomen en is daarin voor de eerste maal ingegaan op de zijdens eisers en hun gemachtigde in de zienswijze en in het aanvullend gehoor aangedragen feiten en omstandigheden, welke betrekking hebben op de huidige situatie in Afghanistan. De rechtbank is van oordeel dat het besluit daarmee is genomen in strijd met de uit het stelsel van de wet en artikel 3.119 Vb 2000 voortvloeiende zorgvuldigheid. Voorts mist artikel 41 Vw 2000 toepassing, nu hier geen sprake is van een intrekking van een verblijfsvergunning, maar van het niet verlenen van een verblijfsvergunning. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl