Rb. 's-Gravenhage 28 september 2004, ECLI:NL:RBSGR:2004:AS6599
Afghanistan / beëindiging categoriaal beschermingsbeleid. In verband met beëindiging van het categoriaal beschermingsbeleid ten aanzien van vluchtelingen uit Afghanistan is de grond voor verlening van de vergunning is komen te vervallen. Door in het bestreden besluit voor de eerste maal in te gaan op de zijdens eiser in de zienswijze en in het aanvullend gehoor aangedragen nieuwe feiten en omstandigheden, en aan eiser tegen te werpen dat zijn verklaringen in het gehoor, dat na het uitbrengen van het voornemen en de zienswijze heeft plaatsgevonden, ongeloofwaardig worden geacht, heeft verweerder eiser de mogelijkheid ontnomen om vóór het nemen van het bestreden besluit op dit standpunt te reageren. De rechtbank acht deze wijze van besluitvorming niet in overeenstemming met het systeem van de wet, artikel 3.119 Vb 2000 en de jurisprudentie, waaruit volgt dat de voornemenprocedure een essentieel onderdeel is van de voorbereiding van het besluit en waarin het belang van de zienswijze wordt benadrukt. Het feit dat er eerder door verweerder een voornemen kenbaar is gemaakt en er zijdens eiser een zienswijze is uitgebracht, doet aan het voorgaande niet af, nu in genoemd voornemen louter een algemene overweging over de nieuwe feiten en omstandigheden is opgenomen, die is gebaseerd op het relaas van eiser van destijds en eiser voorafgaand aan dit voornemen niet is gehoord of anderszins geraadpleegd over die nieuwe feiten en omstandigheden. Ook in een procedure tot intrekking van de verblijfsvergunning dient het voornemen alle relevante gronden voor intrekking te bevatten om de vreemdeling in de gelegenheid te stellen daarop in zijn zienswijze in te gaan. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl