Rb. 's-Gravenhage 21 september 2004, ECLI:NL:RBSGR:2004:AR8685
Visum kort verblijf / vestigingsgevaar. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder met de vaststelling dat referent heeft verklaard dat eiser geen inkomsten uit zijn werk op de boerderij van hun vader verwerft, kunnen concluderen dat eiser een te geringe economische binding met zijn land van herkomst heeft. De rechtbank is voorts van oordeel dat verweerder met de vaststelling dat eiser relatief jong, niet gehuwd en kinderloos is, heeft kunnen concluderen dat niet aannemelijk is dat eiser een sterke sociale band met Marokko heeft. Daarenboven is in de gronden van beroep niet betwist dat tegenstrijdige informatie is verstrekt omtrent het land waar eiser naar toe zal reizen na afloop van zijn verblijf. Immers, eiser heeft verklaard dat hij na afloop van zijn verblijf naar Spanje zal gaan, terwijl referent in de vragenlijst heeft vermeld dat eiser naar Marokko zal terugkeren. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder hierdoor in redelijkheid kunnen twijfelen aan het doel van het voorgenomen verblijf en de verblijfsomstandigheden. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl