Rb. 's-Gravenhage 8 december 2004, ECLI:NL:RBSGR:2004:AR7471

[...] Ten aanzien van kinderen die geadopteerd worden door de vrouwelijke partner van hun moeder die in geregistreerd partnerschap met deze samenleeft acht de wetgever voortzetting van gezamenlijk gezag bij het einde van de partnerschapsregistratie als uitgangspunt niet in strijd met hun belang (zie de artt. 1:198 en 1:253aa BW). Niet valt in te zien dat onduidelijkheid bij [het kind] -wat daarvan ook zij- over de positie van [verweerster] als medegezagsdraagster tot een andere opvatting zou moeten leiden. [...]

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen