Rb. 's-Gravenhage 26 november 2004, ECLI:NL:RBSGR:2004:AR6518

De rechtbank is van oordeel dat verdachte bij de levensberoving van haar kind heeft gehandeld onder de werking van vrees voor de ontdekking van haar bevalling. Daarom dient de logische specialis van artikel 290 Sr te worden toegepast. Verdachte en haar vriend hebben hun pasgeboren kind op gruwelijke wijze van het leven beroofd. Vervolgens hebben zij het lijkje verpakt en in een gracht gegooid. De rechtbank is van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van aanzienlijke duur op zijn plaats is. De deskundigen adviseren een TBS met voorwaarden. De rechtbank legt een gevangenisstraf van drie jaar op, in combinatie met de maatregel van terbeschikkingstelling en stelt voor de duur van de terbeschikkingstelling een aantal voorwaarden betreffende het gedrag van de veroordeelde.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen