Rb. 's-Gravenhage 19 november 2004, ECLI:NL:RBSGR:2004:AR6203

Mvv-vereiste / standstill-bepaling / EG-onderdaan. Aan de orde is de vraag of het bestaande mvv-vereiste een nieuwe beperking vormt, zoals bedoeld in artikel 41, lid 1, Aanvullend Protocol, in die zin dat het een verslechtering in de rechtspositie van Turkse onderdanen inhoudt ten opzichte van de situatie op 1 januari 1973. De rechtbank is van oordeel dat de nationale regeling van het mvv-vereiste sinds 1 januari 1973 in juridisch-technisch en in materieel opzicht is aangescherpt, althans minder gunstig voor betrokkenen is geworden, aangezien de vreemdelingenwet van 1965 de mvv-eis als zodanig niet stelde. Voorts beschouwt de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen de bestuurlijke toepassingspraktijk en de rechtsbescherming ter zake voor het vaststellen van een al dan niet nieuwe beperking. De rechtbank stelt vast dat de bestuurspraktijk zich achteraf niet goed laat reconstrueren, maar ziet wel voldoende aanknopingspunten om vast te stellen dat de rechtspraak op 1 januari 1973 geen consistente gedragslijn toepaste. Beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen