Rb. 's-Gravenhage 9 juli 2004, ECLI:NL:RBSGR:2004:AR4670

Mvv / verblijf in derde land / asielaanvraag. Eiseres heeft vanuit een derde land een aanvraag ingediend om een mvv voor asielrechtelijke bescherming. De procedureregels zoals die gelden voor de nationaalrechtelijke procedure zijn niet van toepassing bij een aanvraag in het buitenland. Dit laat onverlet de verplichting van verweerder om een besluit zorgvuldig voor te bereiden. Bij een aanvraag om toelating als vluchteling wordt die zorgvuldigheid ingekleurd door hetgeen in het UNHCR-Handbook is vermeld. Verweerder heeft aan de gemachtigde van eiseres het rapport van het gehoor op de ambassade toegezonden, waarop de gemachtigde heeft gereageerd. Verder heeft het hoofd van de visadienst vragen gesteld aan verweerders afdeling DPC/AM om nader te onderzoeken via de kanalen van verweerder en deze vragen zijn ook aan de gemachtigde van eiseres toegezonden. Ten slotte is van belang dat eiseres verblijft in een derde land, te weten Egypte, alwaar zij zich tot de autoriteiten heeft gewend en eveneens tot de UNHCR. Verweerder heeft dit bij zijn onderzoek betrokken. Nu eiseres zich niet in Nederland bevindt maar in Egypte, kan niet worden gezegd dat het weigeren van een mvv heeft geleid tot het blootstellen aan een behandeling ex artikel 3 EVRM. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen