Rb. 's-Gravenhage 27 september 2004, ECLI:NL:RBSGR:2004:AR3697

Verblijfsvergunning amv / voortgezet verblijf / procesbelang meerderjarige. Eiser stelt aanspraak te maken op voortgezet verblijf. Gegeven de bevoegdheid van verweerder om op grond van artikel 3.52 Vb 2000 een verblijfsvergunning te verlenen voor voortgezet verblijf ook als sprake is van minder dan drie jaar rechtmatig verblijf als amv, heeft eiser belang bij zijn beroep tegen het niet verlenen van een vergunning amv. Indien verweerder hem ten onrechte geen vergunning amv heeft verleend en daartoe voor de periode dat hij minderjarig was alsnog zou overgaan, heeft eiser alsnog rechtmatig verblijf gehad en kan hij verweerder verzoeken om een vergunning op grond van 3.52 Vb 2000. Uit de Vw 2000 of het Vb 2000 kan niet worden afgeleid dat eiser niet alsnog een vergunning amv zou kunnen worden verleend over de periode vanaf zijn aanvraag totdat hij meerderjarig werd. Getoetst wordt in hoeverre verweerder eiser gedurende zijn minderjarigheid een vergunning amv heeft kunnen onthouden. In het besluit in primo is overwogen dat eiser opvang heeft in het land van herkomst. In het bestreden besluit is dit ingetrokken en het bezwaar ongegrond verklaard, omdat eiser inmiddels meerderjarig is. Verweerder niet heeft gemotiveerd waarom eiser gedurende zijn minderjarigheid niet in aanmerking kwam voor een vergunning amv. Beroep gegrond, afwijzing verzoek.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen