Rb. 's-Gravenhage 19 juli 2004, ECLI:NL:RBSGR:2004:AR3292
Mvv-vereiste / zeelieden. Verzoeker van Kaapverdische nationaliteit heeft een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning met als doel het zoeken van arbeid in loondienst aan boord van een Nederlands zeeschip. Verzoeker is minder dan zeven jaar werkzaam geweest op een Nederlands zeeschip. Krachtens artikel 3.71, lid 2, sub e, Vb 2000 kon hem het mvv-vereiste worden tegengeworpen. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd dat tegenwerping van het mvv-vereiste niet leidt tot het illusoir maken van de in artikel 3.35 Vb 2000 verleende mogelijkheid om het recht op een werkloosheidsuitkering te effectueren. Dat de ratio van het beleid om bij de tegenwerping van het mvv-vereiste de grens van zeven jaar te hanteren gelegen is in het feit dat zeelieden met een arbeidsverleden van minder dan zeven jaar veelal niet meer beschikken over een vaste woon- of verblijfplaats in het buitenland, doet aan het voorgaande niet af. Toewijzing verzoek.
De uitspraak op rechtspraak.nl