Rb. 's-Gravenhage 19 mei 2004, ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ9976
Ama / meerderjarigheid / voortgezet verblijf / procesbelang. Nu eiser na de datum van het bestreden besluit meerderjarig is geworden heeft verweerder zich primair op het standpunt gesteld dat eiser geen belang meer heeft bij een inhoudelijke behandeling van zijn beroep tegen de ambtshalve weigering van een amv-vergunning. Verlening van een vergunning ingevolge artikel 3.52 Vb 2000 kan naar de mening van verweerder nimmer van toepassing zijn op groepen zoals alleenstaande minderjarige vreemdelingen, nu die immers genoemd worden in artikel 3.51 Vb 2000. Ook het overgangsrecht als neergelegd in artikel 9.4 Vb 2000 is volgens verweerder blijkens paragraaf 7.9 TBV 2001/33 uitdrukkelijk beperkt tot de personen die vóór 4 januari 2001 een asielaanvraag hebben ingediend. De rechtbank overweegt dat de tekst van voormeld artikel noch de Nota van Toelichting bij het Vb 2000 steun biedt voor de opvatting van verweerder dat de groep alleenstaande minderjarige vreemdelingen categorisch is uitgesloten van toepassing van artikel 3.52 Vb 2000. Voorts is de rechtbank van oordeel dat Artikel 9.4 Vb 2000 bij de invoering van de Vw 2000 juist geformuleerd is als overgangsbepaling voor vreemdelingen die een asielaanvraag hebben ingediend onder het oude amv-beleid en inmiddels achttien jaar oud zijn geworden. Niettegenstaande het vorenstaande moet echter geconcludeerd worden dat geen sprake is van belang bij de inhoudelijke beoordeling van het beroep van eiser. De toetsing aan het bijzondere beleid inzake minderjarige vreemdelingen en asielzoekers geschiedt volgens het bepaalde in paragraaf C2/7.2 Vc 2000, ex nunc. Van belang is aldus de situatie op het moment van het ambtshalve beslissen. Nu eiser tengevolge van zijn meerderjarigheid niet meer kan worden aangemerkt als alleenstaande minderjarige vreemdeling, kan eiser ook na een eventuele vernietiging van het bestreden besluit op inhoudelijke gronden nimmer meer voldoen aan de in artikel 3.56 Vb 2000 neergelegde voorwaarde van minderjarigheid. Beroep niet-ontvankelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl