Rb. 's-Gravenhage 5 augustus 2004, ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ6494
Medinol tegen Boston Scientific. Medinol is houdster van vier Europese octrooien (moederoctrooi EP ‘856 en drie divisionals: EP '449, EP ‘452 en EP ‘452 ) die betrekking hebben op een bepaald type flexibele expandeerbare stents. In een bodemprocedure van Medinol tegen Boston Scientific wegens beweerde inbreuk op de vier octrooien, heeft de rechtbank bij vonnis van 17 december 2003 een inbreukverbod uitgesproken op basis van het moederoctrooi EP ‘856, de inbreukvordering met betrekking tot EP ‘450 en EP ‘449 afgewezen en de inbreukvordering met betrekking tot EP ‘452 aangehouden tot de afloop van de oppositieprocedure. In een andere bodemprocedure (Medinol tegen Cordis) heeft de rechtbank bij vonnis van 31 maart 2004 Medinol niet-ontvankelijk verklaard in haar inbreukvorderingen met betrekking tot EP ‘450 en EP ‘452. De rechtbank stelde vast dat in casu sprake was van ‘double patenting’ (meervoudige octrooiering). Op 31 maart 2004 heeft de Technische Kamer van beroep van het EOB het moederoctrooi EP ‘856 herroepen wegens “lack of clarity “ (art. 84 EOV). Medinol vordert thans dat Boston Scientific wordt bevolen hangende een eindoordeel in hoger beroep in de terzake aanhangige bodemprocedure direct of indirect betrokken te zijn bij directe of indirecte inbreuk zelf of door middel van een (direct of indirect verbonden) (rechts) persoon op het EP ‘450, niet alleen voor Nederland, maar voor alle landen waar dit octrooi geldig is, met uitzondering van Duitsland. Gelet op het oordeel van de rechtbank in het vonnis van 31 maart 2004 dat in de divisionals sprake is van het claimen van dezelfde uitvinding als die welke in het moederoctrooi is neergelegd, moet er in het kader van dit kort geding van worden uitgegaan dat de divisionals in de oppositieprocedure het lot van het moederoctrooi zullen delen. In elk geval is niet aannemelijk geworden dat de divisionals, gegeven de door het EOB vastgestelde onduidelijkheid van het moederoctrooi, door datzelfde EOB wèl voldoende duidelijk zullen worden geacht. Er is geen aanleiding op één van de divisonals een inbreukverbod te gronden zolang niet een onherroepelijke beslissing omtrent de geldigheid van die divisionals in de oppositieprocedures is gegeven, dan wel die procedures om andere redenen zijn geëindigd. De vordering van Medinol wordt dan ook afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl