Rb. 's-Gravenhage 14 juli 2004, ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ5962

Bewaring / vervolgberoep / voortvarendheid / duur bewaring. De rechtbank heeft het beroep tegen de afwijzende beschikking op de asielaanvraag gegrond verklaard en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen op de asielaanvraag van de vreemdeling. Tegen deze uitspraak heeft verweerder hoger beroep ingesteld. Dit hoger beroep heeft geen schorsende werking en leidt er derhalve niet toe dat verweerder geen gevolg hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank. Daartoe moet verweerder een voorlopige voorziening vragen bij de voorzitter van de Afdeling. Inmiddels zijn sinds de gegrondverklaring van het beroep ruim acht weken verstreken zonder dat op het hoger beroep is beslist, zonder dat verweerder een voorlopige voorziening heeft aangevraagd en zonder dat verweerder een beslissing op het asielverzoek heeft genomen. Desgevraagd heeft verweerder aangegeven dat hierin geen verandering komt totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist en dat de vreemdeling het hoger beroep mag afwachten. Het verstrijken van acht weken komt voor rekening en risico van verweerder. Ondertussen duurt de maatregel negen maanden voort. Onder genoemde omstandigheden is de voortduring van de maatregel niet langer gerechtvaardigd. Weliswaar dient aan grensbewakingsbelang, vanwege de ongewenstverklaring van de vreemdeling en zijn veroordeling tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, een zwaarwegend belang te worden toegekend, maar dit belang is thans niet meer doorslaggevend te achten. Beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen