Rb. 's-Gravenhage 30 juni 2004, ECLI:NL:RBSGR:2004:AP8933
Mvv / beleidsregels. De rechtbank concludeert dat er geen algemeen verbindende voorschriften zijn vastgesteld die inhoudelijke criteria bevatten voor de beoordeling van mvv-aanvragen. In de bestuurspraktijk pleegt verweerder mvv-aanvragen te toetsen aan de Vw 2000 en de ter uitvoering daarvan uitgevaardigde regels voor het verlenen van een verblijfsvergunning regulier. Verweerder zal een mvv moeten verlenen als de aanvrager voldoet aan de voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning regulier. Deze bestuurspraktijk verzet zich ertegen dat verweerder gehouden kan worden een mvv te verlenen als de vreemdelingenwetgeving niet noopt tot verlening van een verblijfsvergunning. De stelling van eisers dat verweerder in afwijking van die bestendige praktijk een mvv kan c.q. moet verlenen slaagt niet. Van beleidsregels voor uitoefening van de in geding zijnde bevoegdheid van verweerder is geen sprake, zodat artikel 4:84 Awb op dit niveau van toetsing van de bestreden besluiten toepassing mist. Voorts vat de rechtbank het verzoek voor verlening van een mvv in afwijking van het beleid aldus op dat om toelating is gevraagd op basis van een andere beperking dan bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, Vb. Er zijn geen uitputtende beleidsregels voor toepassing van de in artikel 3.4, derde lid, Vb gegeven bevoegdheid vastgesteld, zodat niet aan de orde is of in afwijking van een beleidsregel een mvv op basis van een dergelijke bepaling kan of moet worden verleend. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl