Rb. 's-Gravenhage 17 mei 2004, ECLI:NL:RBSGR:2004:AP0456

Afghanistan / artikel 1F VSV. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder op rechtens juiste gronden artikel 1F, aanhef en onder a en b, Vluchtelingenverdrag tegengeworpen. Verweerder heeft aannemelijk geacht dat eiser in 1982 is aangesteld als plaatsvervangend hoofd technische zaken van divisie 18 van het Afghaanse regeringsleger en dat hij toen de officiersrang van tweede luitenant bekleedde. Blijkens een in de zaak van een andere vreemdeling uitgebracht individueel ambtsbericht heeft divisie 18 tot 1992 op grote schaal en systematisch mensenrechten geschonden. Verweerder heeft zich naar het oordeel van de rechtbank eveneens op goede gronden op het standpunt gesteld dat eiser binnen het bereik van de zogenoemde ‘personal and knowing participation-test’ valt. Gelet op zijn leidinggevende functie en taken heeft eiser substantieel bijgedragen aan het operationeel houden van divisie 18. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen