Rb. 's-Gravenhage 20 april 2004, ECLI:NL:RBSGR:2004:AP0433

Procesbelang / doorprocederen. Eiser heeft gevraagd om toelating als vluchteling en om verlening van een vtv klemmende redenen van humanitaire aard. De aanvraag is door verweerder aangemerkt als een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd en het ingediende bezwaarschrift is mede aangemerkt als te zijn gericht tegen het niet inwilligen van een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Verweerder heeft aangegeven dat het bestreden besluit geen besluit omvat omtrent de reguliere aanvraag. Dit betekent dat verweerder alsnog moet beslissen op het ingediende bezwaar gericht tegen de niet inwilliging van de aanvraag regulier. Hierdoor staat slechts ter discussie verweerders besluit waarbij aan eiser een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend met ingang van 25 november 2002. Ten aanzien van de vraag of eiser procesbelang heeft bij het opkomen tegen verweerders impliciete weigering een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen oordeelt de rechtbank dat indien de ingangsdatum van een op de d-grond van artikel 29, eerste lid, Vw 2000 verleende vergunning is gelegen ná de datum van de aanvraag, de vreemdeling een procesbelang heeft bij het instellen van het beroep dat is gericht tegen die ingangsdatum en waarin wordt gesteld dat een vergunning met een eerdere ingangsdatum en op een andere dan de d-grond had moeten worden verleend. Beroep ontvankelijk en gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen