Rb. 's-Gravenhage 20 april 2004, ECLI:NL:RBSGR:2004:AO9694

Amv / adequate opvang / China. Naar het oordeel van de rechtbank bevatten de door eiseres overgelegde stukken geen concrete aanknopingspunten die voor verweerder aanleiding hadden moeten vormen voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van het ambtsbericht van 9 april 2001. Verweerder heeft derhalve uit het ambtsbericht mogen afleiden dat de opvang in tehuizen van alleenstaande minderjarigen in China adequaat is. Eiseres heeft evenwel terecht aangevoerd dat verweerder ten onrechte als peildatum voor het bestreden besluit de datum van uitreiking van de beschikking in primo, 6 november 2002 heeft gekozen. De stelling dat eiseres ten tijde van het slaan van de beschikking op bezwaar moest worden beschouwd als ware zij minderjarig, miskent dat in bezwaar de feiten moeten worden beoordeeld alsof het om een primair besluit gaat, waarbij verweerder niet toetst maar opnieuw beslist. Dat ware anders als in primo een ander tijdstip dan het tijdstip van de besluitvorming relevant was, dan geldt namelijk ook in bezwaar dit andere tijdstip. Die situatie doet zich in deze zaak echter niet voor. Het bestreden besluit ontbeert derhalve een deugdelijke motivering. Eiseres heeft verzocht om verlening van vergunning amv vanaf 19 december 2001; ook na deze datum was zij minderjarig. Haar aanvraag tot verlenging ligt derhalve voor inwilliging voor. Ingevolge TBV 2002/13 dient de vergunning van eiseres echter op 14 mei 2002 ingetrokken te worden. Beroep gegrond, afwijzing verzoek.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen