Rb. 's-Gravenhage 21 januari 2004, ECLI:NL:RBSGR:2004:AO9647

Voortgezet verblijf / driejarenbeleid. De relatie op basis waarvan eiseres een vtv is verleend is binnen drie jaar verbroken. Eiseres beroept zich in haar bezwaarschrift op bijzondere individuele omstandigheden. Verweerder heeft nagelaten daarop in te gaan. Derhalve is het bestreden besluit onvoldoende deugdelijk gemotiveerd. De rechtbank is van oordeel dat ook de beslissing eiseres geen verblijfsvergunning op grond van het driejarenbeleid te verlenen onvoldoende is gemotiveerd. Verweerder heeft het driejarenbeleid als neergelegd in de Vc-1994 toegepast. Hoewel ten tijde van het bestreden besluit de Vc 2000 van kracht was, stond het verweerder vrij het oude beleid toe te passen. In het oude beleid wordt de voorwaarde gesteld dat de vreemdeling nog voldoet aan de belangrijkste voorwaarde voor verlening van de gevraagde vtv. Verweerder heeft ten onrechte het beschikken over een tewerkstellingsvergunning door de werkgever als de belangrijkste voorwaarde van het beleid inzake de verlening van een vtv onder de beperking het verrichten van arbeid in loondienst aangemerkt. Naar het oordeel van de rechtbank is de belangrijkste voorwaarde van dit beleid dat de vreemdeling arbeid in loondienst verricht. Beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen