Rb. 's-Gravenhage 6 mei 2004, ECLI:NL:RBSGR:2004:AO9432

Mvv / referentprocedure / overgangsrecht. Op grond van artikel 2:1, eerste lid, Awb bestond de mogelijkheid dat een mvv-aanvraag voor een vreemdeling door een referent of gemachtigde namens de vreemdeling werd ingediend. Hoewel de Awb geen uitzonderingen maakt, kan een uitzondering op artikel 2:1, eerste lid, Awb in de bijzondere wet worden aangegeven. De rechtbank stelt vast dat noch in artikel 16a, eerste lid, Vw noch in artikel 1, aanhef en onder h, Vw 2000 wordt afgeweken van artikel 2:1, eerste lid, Awb. Tot op het moment van de Afdelingsuitspraak 200306128/1 van 12 januari 2004 luidde de heersende rechtsopvatting dat de referent en de vreemdeling de mogelijkheid hadden rechtsmiddelen aan te wenden tegen een negatief advies, terwijl dat na die uitspraak met terugwerkende kracht voor onmogelijk moet worden gehouden. Naar het oordeel van de rechtbank betekent dit een niet onbelangrijke procedurele inperking van de mogelijkheden van de referent en de vreemdeling om in rechte een inhoudelijk oordeel te verkrijgen omtrent hun rechtspositie. De rechtbank stelt voorts vast dat met de Afdelingsuitspraak sprake is van een omgaan van de Afdeling. De rechtbank is van oordeel dat de Afdelingsuitspraak de nodige nadelige consequenties heeft en onduidelijkheden met zich meebrengt. Verweerder heeft het Tweede Kamerlid Vos de toezegging gedaan dat de implicaties van de Afdelingsuitspraak zullen worden onderzocht. De rechtbank heeft ter zitting van 8 maart 2004 geconstateerd dat de wijze waarop de voor betrokkenen nadelige consequenties van de uitspraak en de daaruit voortvloeiende onduidelijkheden zullen worden weggenomen, op dat moment nog niet was bepaald. Gelet hierop ziet de rechtbank aanleiding om, evenals de Afdeling heeft gedaan in haar uitspraak van 17 augustus 2000, welke uitspraak eveneens zag op een ontvankelijkheidskwestie, bij wege van overgangsrecht te bepalen dat schriftelijke adviezen van verweerder op daartoe strekkende aanvragen die zijn ingediend vóór 12 januari 2004, dienen te worden aangemerkt als besluit.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen