Rb. 's-Gravenhage 6 mei 2004, ECLI:NL:RBSGR:2004:AO8977

Verdachte is, in vereniging met zijn twee zoons, een achttiental vreemdelingen zonder geldige verblijfstitel voor Nederland behulpzaam geweest bij hun verblijf in Nederland. Verdachte had ernstige redenen te vermoeden dat deze vreemdelingen geen geldige verblijfstitel hadden. Zijn hulp bestond in het bijzonder uit het verschaffen van gelegenheid en middelen door aan de vreemdelingen woonruimte te verschaffen. Hiertoe werden panden door de verdachte en zijn mededaders aangekocht teneinde aan een groot aantal personen te verhuren. Door op de hiervoor omschreven wijze mee te werken aan illegaal verblijf van personen hier te lande heeft verdachte het belang dat de openbare orde heeft bij uitblijven van dergelijke medewerking geschonden. Dat belang is gelegen in de mogelijkheid voor de overheid om een gereguleerd asielbeleid te kunnen voeren. Verdachte heeft zijn diensten verleend om daarmee zelf extra inkomen te verwerven. Aldus is door hem uit winstbejag gehandeld. Het handelen uit winstbejag vergroot het risico dat de belangen van de illegale vreemdelingen - in het bijzonder het belang bij een menswaardige behandeling - ondergeschikt worden gemaakt aan het belang bij winst. Naast bovengenoemde misdrijven heeft verdachte zich tevens schuldig gemaakt aan meerdere overtredingen op grond van de bouwverordening van de gemeente Den Haag. Hij heeft samen met zijn mededaders steeds zonder gebruiksvergunning van burgemeester en wethouders meerdere panden in gebruik gehad waarin aan meer dan vier personen verblijf werd verschaft. Voorts heeft hij toegestaan dat die panden werden bewoond door meer dan één persoon per 12 vierkante meter. Aldus is door toedoen van verdachte een situatie ontstaan waarin personen onder erbarmelijke omstandigheden gehuisvest werden. De woningen waren veel te klein voor het grote aantal bewoners dat erin werd gehuisvest. Hierdoor is tevens een zeer brandgevaarlijke situatie ontstaan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen