Rb. 's-Gravenhage 29 april 2004, ECLI:NL:RBSGR:2004:AO8663
(...) Uitgangspunt in deze zaak is dat de Staat ingevolge de wet de plicht heeft een opgelegde straf te executeren. [eiser] beroept zich in dit verband op het vertrouwensbeginsel. Hij stelt zich op het standpunt dat hij er, gezien de inhoud van de door hem ontvangen brief van 16 maart 1992 van officier van justitie mr. Vos, op mocht vertrouwen dat hij zijn straf niet meer zou hoeven te ondergaan. (...)
De uitspraak op rechtspraak.nl