Rb. 's-Gravenhage 29 april 2004, ECLI:NL:RBSGR:2004:AO8610
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een zeer ernstig feit dat een grote schok teweeg heeft gebracht binnen het Terracollege, andere scholen en in de maatschappij in het algemeen. De verdachte heeft opzettelijk en met voorbedachten rade met een pistool van dichtbij een kogel afgevuurd op het hoofd van een conrector van zijn school, waardoor deze conrector is overleden. Het delict heeft plaatsgevonden tijdens de pauze in de kantine van de school, waar op dat moment veel leerlingen en docenten aanwezig waren die aldus getuige zijn geweest van geweld gericht tegen een persoon uit hun directe omgeving. Deze getuigen zullen mogelijk nog lange tijd nadelige psychische gevolgen ondervinden van dit feit. Aangenomen moet worden dat de verdachte geen andere aanleiding voor zijn daad had dan het gevoel te hebben dat hij ten onrechte door zijn leraren en met name door het slachtoffer op een aantal zaken, zoals zijn gedrag jegens leraren en zijn alcohol- en drugsgebruik, werd aangesproken en daardoor van school geschorst zou worden. De verdachte heeft extreem en buitenproportioneel gehandeld door uit een gevoel van misplaatste gekrenktheid een conrector te vermoorden. Hij heeft daarbij onherstelbaar leed toegebracht aan de echtgenote van het slachtoffer, diens twee dochters, de moeder van het slachtoffer en aan anderen.
De uitspraak op rechtspraak.nl