Rb. 's-Gravenhage 24 maart 2004, ECLI:NL:RBSGR:2004:AO8104

Centraal-Irak / categoriaal beschermingsbeleid / gewijzigde situatie. De positie van eiseres is niet rechtens gelijk aan de positie van asielzoekers afkomstig uit Centraal-Irak, die verweerder hangende hun beroep tegen de afwijzing van hun asielaanvraag vóór 27 juni 2003 in het bezit heeft gesteld van een verblijfsvergunning asiel op grond van het categoriaal beschermingsbeleid. Vanaf dat moment heeft verweerder de verlening van verblijfsvergunningen asiel gestaakt, omdat verweerder vanwege de militaire interventie over onvoldoende informatie over de gewijzigde situatie in Irak beschikte om te kunnen beoordelen of asielzoekers afkomstig uit Centraal-Irak in aanmerking dienen te komen voor een verblijfsvergunning asiel. Door de gewijzigde situatie is het geval van eiseres niet gelijk aan gevallen waarin voor 27 juni 2003 alsnog een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid aanhef en onder d, Vw 2000 is verleend. De systematiek die verweerder heeft gehanteerd bij het uitvoeren van de herbeoordeling is niet zodanig willekeurig geweest dat dit zou moeten leiden tot een andere conclusie. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt afgewezen. De rechtbank volgt verweerder niet in het standpunt dat het betrekken van de gewijzigde omstandigheden in Irak tot een ontoelaatbare vertraging zal leiden. Beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen