Rb. 's-Gravenhage 4 maart 2004, ECLI:NL:RBSGR:2004:AO7524

Rechtmatig verblijf / ononderbroken verblijf. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. Eiser voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 21, vierde lid, Vw 2000. In geschil is hoe de tweede volzin van dit artikellid dient te worden uitgelegd. De rechtbank begrijpt verweerders uitleg aldus dat de periode van rechtmatig verblijf weliswaar onderbroken kan zijn, echter dat direct voorafgaande aan de aanvraag sprake dient te zijn van (een periode van) rechtmatig verblijf. Naar het oordeel van de rechtbank biedt de wettekst geen aanknopingspunten voor deze uitleg en wijst de parlementaire geschiedenis in een andere richting. De rechtbank concludeert dat met de tweede volzin bedoeld is zeker te stellen dat vreemdelingen die niet direct voorafgaand aan de aanvraag een aaneengesloten periode van vijf jaar rechtmatig verblijf hebben genoten, toch in aanmerking kunnen komen voor de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Het hebben genoten van vijf jaar rechtmatig verblijf ex artikel 8, onder a, c, e dan wel l, Vw 2000 op enig moment in het verleden is hiervoor voldoende. Een andere uitleg zou de verbijzondering zinledig maken. Beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen