Rb. 's-Gravenhage 6 januari 2004, ECLI:NL:RBSGR:2004:AO7395
Bewaring / staandehouding / binnentreden woning. Uit de stukken kan niet worden afgeleid dat toestemming is gevraagd en verkregen van één van de bewoners om de woning te betreden. Nu geen toestemming is verleend, kan de woning slechts worden betreden op basis van een machtiging tot binnentreden. De rechtbank is van oordeel dat de niet-gemachtigde politieambtenaren niet zelfstandig bevoegd waren de woning te betreden, nu de Algemene wet op het binnentreden uitdrukkelijk voorschrijft dat bij het ontbreken van toestemming slechts in woningen mag worden binnengetreden door daartoe gemachtigde personen. De enkele mededeling in het verslag van binnentreden dat werd binnengetreden ter ondersteuning van de wel daartoe bevoegde ambtenaren van de Dienst Stedelijke Ontwikkeling acht de rechtbank onvoldoende, nu op geen enkele wijze is gebleken dat de ambtenaren van de Dienst Stedelijke Ontwikkeling zelf de woning hebben betreden. De rechtbank is van oordeel dat de staandehouding en inbewaringstelling van eiseres onrechtmatig zijn geweest. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl