Rb. 's-Gravenhage 11 maart 2004, ECLI:NL:RBSGR:2004:AO6965

Amv / voortgezet verblijf. De aan eiseres verleende verblijfsvergunning regulier met als doel voortgezet verblijf is ingetrokken, omdat deze vergunning onbevoegdelijk zou zijn verleend. De rechtbank constateert dat deze intrekkingsgrond geen grond is als bedoeld in artikel 18, eerste lid, onder a t/m g met uitzondering van onderdeel b, Vw 2000. De rechtbank ziet echter geen aanleiding om reeds daarom het intrekkingsbesluit voor onrechtmatig te houden. De rechtbank acht daartoe redengevend dat de bevoegdheid tot het intrekken van het besluit op genoemde grondslag geacht moet worden besloten te liggen in het bepaalde in artikel 14 Vw 2000. Het door eiseres gedane beroep op het amv-beleid neergelegd in TBV 2001/33 faalt. Dit TBV is op 1 maart 2002 vervallen. Per die datum is het TBV opgenomen in de Vc 2000. De in TBV 2001/33 opgenomen overgangsregeling, waarbij onder meer in de gevallen waarin de asielaanvraag is ingediend vóór 4 januari 2001 het beleid van toepassing is verklaard zoals dat gold vóór 4 januari 2001 maakt vanaf die datum geen onderdeel meer uit van het in de Vc 2000 opgenomen beleid. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen