Rb. 's-Gravenhage 9 maart 2004, ECLI:NL:RBSGR:2004:AO6312

Afghanistan / Hezb-i-Wahdat / artikel 1F VSV. Eiser is afkomstig uit Afghanistan en was van 1992 tot 1998 werkzaam voor de Hezb-i-Wahdat, laatstelijk in de rang van brigade-generaal. Uit het ambtsbericht van 23 juni 2000 blijkt dat bestuurs- en militaire functionarissen, hoge officieren en soldaten van de Hezb-i-Wahdat zich in de periode 1992 tot 1999 herhaaldelijk schuldig hebben gemaakt aan grove mensenrechtenschendingen en schendingen van internationaal humanitair recht. Verweerder heeft eiser artikel 1F VSV tegengeworpen en de zogenoemde ‘personal and knowing participation test’ toegepast. Het ambtsbericht van 20 juni 2000 vermeldt dat op grote schaal willekeurige arrestaties, martelingen en buitengerechtelijke executies plaatsvonden en dat het voorkwam dat gevangen en arrestanten op gruwelijke wijze werden gemarteld dan wel gedood. Verweerder heeft terecht geconcludeerd dat eiser door het overdragen van verdachten aan de Militaire Operatieve afdeling een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het mogelijk maken van schendingen van mensenrechten die bij en door de Hezb-i-Wahdat systematisch plaatsvonden en dat eiser verantwoordelijk kan worden gehouden voor deze misdrijven. Beroep ongegrond, afwijzing verzoek.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen