Rb. 's-Gravenhage 10 februari 2004, ECLI:NL:RBSGR:2004:AO6261
Bewaring / EU-onderdaan. Eiser, met de Italiaanse nationaliteit, kan geen verblijfsrecht ontlenen aan artikelen 39, 43, 49, EG-verdrag en de ter uitvoering daarvan vastgestelde bepalingen. Ingevolge het arrest Baumbast dient te worden onderzocht of eiser als Unieburger een verblijfsrecht kan ontlenen aan artikel 18 EG-verdrag. Het verblijfsrecht op grond van artikel 18 EG-verdrag kan in die zin beperkt worden dat van de vreemdeling wordt verlangd dat hij een ziektekostenverzekering heeft afgesloten en over voldoende bestaansmiddelen beschikt. Uit de gronden van inbewaringstelling is niet gebleken dat eiser niet aan vorenstaande beperkingen voldoet. Derhalve heeft eiser een verblijfsrecht op grond van artikel 18 EG-verdrag. Ingevolge artikel 112 Vw 2000, in het bijzonder uitgewerkt artikel 8.13 Vb 2000, is een begunstigend beleid voor gemeenschapsonderdanen van kracht. Eiser had slechts in bewaring gesteld mogen worden indien verweerder een besluit had genomen inhoudende dat het verblijfsrecht van de vreemdeling om redenen van openbare orde was vervallen en daarbij de vertrektermijn met een beroep op dringende redenen was verkort. Nu verweerder een dergelijk besluit niet heeft genomen, is het verblijfsrecht van de vreemdeling niet vervallen. Eiser had dan ook niet in vreemdelingenbewaring mogen worden gesteld. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl