Rb. 's-Gravenhage 19 januari 2004, ECLI:NL:RBSGR:2004:AO4801

Verlenging verblijfsvergunning / ongewenstverklaring / Besluit 1/80. Ten onrechte heeft verweerder bij het nemen van het bestreden besluit over de verlenging van de verblijfsvergunning geen rekening gehouden met de rechten die verzoeker ontleent aan Besluit 1/80. Op grond van artikel 14, eerste lid, Besluit 1/80 gelden de in artikel 6, eerste lid, Besluit 1/80 gegeven rechten onder voorbehoud van beperkingen die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de openbare orde. In het arrest Nazli heeft het Hof van Justitie aangegeven dat de uitzondering betreffende de openbare orde beperkend moet worden uitgelegd, zodat een strafrechtelijke veroordeling uitzetting slechts kan rechtvaardigen, voorzover uit de omstandigheden die tot deze veroordeling hebben geleid, blijkt dat er sprake is van een persoonlijk gedrag dat een actuele bedreiging voor de openbare orde vormt. De voorzieningenrechter stelt vast dat de toegepaste nationaalrechtelijke bepalingen betreffende de openbare orde geen ruimte bieden voor een beoordeling waarbij betekenis toekomt aan de omstandigheden die tot een strafrechtelijke veroordeling hebben geleid en de actuele bedreiging die uitgaat van het persoonlijk gedrag van de vreemdeling. In geval van een Turkse werknemer, zoals verzoeker, die verblijfsrechten ontleent aan artikel 6, eerste lid, Besluit 1/80, komen deze bepalingen in strijd met artikel 14 Besluit 1/80 en dienen zij buiten toepassing te blijven. Het bestreden besluit is naar voorlopig oordeel genomen in strijd met artikel 6, eerste lid en artikel 14, eerste lid, Besluit 1/80. Toewijzing verzoek.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen