Rb. 's-Gravenhage 15 december 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AO8432
Individueel ambtsbericht / zorgvuldigheid onderzoek. Verweerder heeft zijn oordeel dat het relaas van eiser ongeloofwaardig is gebaseerd op het individueel ambtsbericht van 10 november 2000. Na met toepassing van artikel 8:29 Awb kennis te hebben genomen van de stukken die ten grondslag liggen aan het individuele ambtsbericht, komt de rechtbank tot het oordeel dat het onderzoek door de minister van Buitenlandse Zaken niet zorgvuldig is geweest. Uit de onderliggende stukken blijkt niet op basis waarvan de vertrouwenspersoon gekwalificeerd is om het onderzoek te verrichten. Dit klemt te meer nu de vertrouwenspersoon een groot deel van zijn informatie heeft verkregen van een functionaris bij de Armeense overheid met wie hij op grond van oude banden een vertrouwelijke relatie onderhoudt en de vertrouwenspersoon aan de door hem verkregen informatie conclusies verbindt, die niet zonder meer te rijmen zijn met de informatie in het algemene ambtsbericht over Armenië. Voorts zijn de opmerkingen in een memorandum van 23 augustus 2000 waarop de mededeling in het ambtsbericht is gebaseerd dat eiser niet is gearresteerd, zonder nadere motivering niet te rijmen met de algemene informatie over de werkwijze van de Armeense politie in het ambtsbericht van 22 mei 2000. Daar komt bij dat het memorandum uitdrukkelijk vermeldt dat tegen eiser een aanklacht is ingediend en hij wordt gezocht wegens dienstweigering alsmede dat niet onaannemelijk is dat tegen hem een arrestatiebevel is uitgevaardigd. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl