Rb. 's-Gravenhage 3 december 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AO0246

Opvang / meerderjarigheid. In TBV 2002/59 wordt de mogelijkheid van beëindiging van de voorzieningen afhankelijk gesteld van de vraag of de vreemdeling rechtmatig verwijderbaar is. In TBV 2003/26 wordt gesteld dat de leeftijd van de vreemdeling een doorslaggevend criterium is. De voorzieningenrechter is van oordeel dat lezing van TBV 2002/59 tot geen enkel misverstand aanleiding geeft en volstrekt duidelijk is. Kennelijk is verzuimd het bij de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie aanwezige voornemen tot beleid op een adequate manier tot uitdrukking te brengen. Dat dit thans bij TBV 2003/26 is gebeurd, door toevoeging van het woord minderjarige, maakt niet dat het beleid altijd hetzelfde is geweest, maar dat eerst thans dit beleid naar buiten is gebracht en dus gewijzigd is ten opzichte van het beleid dat in TBV 2002/59 was neergelegd. Dit beleid kan geen toepassing meer vinden op de positie van verzoeker die op 14 augustus 2003 bezwaar heeft gemaakt tegen het ambtshalve niet verlenen van een verblijfsvergunning regulier. De vraag is tot wie de te treffen voorziening moet worden gericht: de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie dan wel het COA. De voorzieningenrechter voelt zich niet geroepen hierover uitsluitsel te geven. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en richt zich daarbij tot beide bestuursorganen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen