Rb. 's-Gravenhage 21 november 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AN8974

Procesbelang / amv. Ingevolge artikel 9.4, eerste lid, Vb 2000 in samenhang met TBV 2000/30 is in de gevallen waarin de aanvraag is ingediend vóór 4 januari 2001 het ama-beleid van toepassing zoals dat is neergelegd in de TBV’s 1996/1, 2000/6 en 2000/7 en in hoofdstuk B7/13 Vc-1994. Ingevolge hoofdstuk B7/13 Vc-1994 wordt de vtv onder de beperking verblijf als ama verleend voor de duur van één jaar, waarna de geldigheidsduur met tweemaal een jaar kan worden verlengd. Dit geldt ook voor die gevallen waarbij de minderjarige gedurende de looptijd van drie jaar meerderjarig wordt. Indien na afloop van de periode van drie jaar geen informatie met betrekking tot opvangmogelijkheden in het land van herkomst beschikbaar is gekomen, zal de vreemdeling om humanitaire redenen een vtv zonder beperkingen worden verleend. Ingevolge artikel 115, vierde lid, Vw 2000 wordt een vtv zonder beperkingen aangemerkt als een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Gezien het voorgaande kan eiser zich met het beroep, voorzover gericht tegen de weigering hem in aanmerking te brengen voor toelating als ama, een gunstiger rechtspositie verschaffen, zodat eiser op die grond belang heeft bij het ingestelde beroep. Beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen