Rb. 's-Gravenhage 4 september 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AN8567

14-1 brief / asielaanvraag. Eiseres stelt dat verweerder haar herhaalde aanvraag ten onrechte met toepassing van artikel 30, aanhef en onder c, Vw 2000 heeft afgewezen. Eiseres stelt dat haar brief van 30 juni 2003 aan verweerder (de zogenaamde 14-1-brief) met het verzoek om gebruik te maken van de inherente afwijkingsbevoegdheid naar aanleiding van de door voormalig minister Nawijn op 14 januari 2003 gedane toezeggingen, niet kan worden aangemerkt als een aanvraag in de zin van de Vreemdelingenwet. De rechtbank is van oordeel dat de 14-1-brief kan worden aangemerkt als een aanvraag in de zin van artikel 30, aanhef, sub c, Vw 2000. De rechtbank baseert dit oordeel op de redactie van bedoelde brief, waarin eiseres verweerder verzoekt gebruik te maken van zijn discretionaire bevoegdheid om haar een verblijfsvergunning te verlenen, waarop ook een besluit is genomen. Dat geen gebruik werd gemaakt van de aanvraagformulieren als bedoeld in artikel 3.99 Vb 2000 doet hieraan niet af, nu verweerder deze omstandigheid niet heeft tegengeworpen. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een eerdere aanvraag voor verlening van een verblijfsvergunning, waarop nog niet onherroepelijk is beslist en op grond waarvan eiseres rechtmatig verblijf heeft. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen op grond van artikel 30, aanhef, sub c, Vw 2000. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen