Rb. 's-Gravenhage 21 augustus 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AM3125
Wav / tewerkstellingsvergunning. De rechtbank overweegt dat verweerder terecht heeft gesteld dat eiseres werkgever is in de zin van de Wav. De werknemers hebben via de vestigingsplaats van de werkgever in Nederland en de registratie van de vliegtuigen in Nederland een aantoonbare band met Nederland. De omvang en duur van de werkzaamheden op of boven het grondgebied van Nederland is niet van belang. De werkzaamheden hebben betrekking op de Nederlandse arbeidsmarkt. Er is geen sprake van de uitzondering op de vergunningplicht ex artikel 3, eerste lid, aanhef en onder c, Wav. Er is niet voldaan aan de (cumulatieve) voorwaarden die daartoe in artikel 1, aanhef en onder b, Besluit Wav zijn gesteld, nu de werkgever in Nederland is gevestigd en de vervoermiddelen in Nederland zijn geregistreerd. Artikel 3, eerste lid, aanhef en onder c, Wav is dwingend geformuleerd en biedt geen ruimte voor een nadere afweging door verweerder. De rechtbank is van oordeel dat een redelijke wetsuitleg niet met zich brengt dat eiseres niettemin onder de uitzonderingsbepaling valt. Dat deze bepaling met name tot stand zou zijn gekomen in verband met misbruik in de wegtransportsector laat onverlet dat het juist de bedoeling van de wetgever is geweest het gebruik van grensoverschrijdende arbeid van buitenlandse werknemers vanuit Nederland tegen te gaan in het wegtransport en ook in de binnenscheepvaart en de luchtvaart. Van grensoverschrijdende arbeid vanuit Nederland is onder meer sprake indien de werkgever in Nederland is gevestigd en de vervoermiddelen in Nederland zijn geregistreerd. Daarvan is in casu sprake. Het doel van het stellen van het inkomensvereiste van artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d, Wav doet zich hier niet voor, maar uit de toelichting blijkt evenwel dat het doel ook is gelegen in een voldoende economisch belang om een doorbreking van het restrictieve toelatingsbeleid te rechtvaardigen. Artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d, Wav ziet niet enkel op de vestiging van buitenlandse werknemers in Nederland, maar tevens op bescherming van de Nederlandse arbeidsmarkt. De wetgever heeft kennelijk beoogd toelating op die arbeidsmarkt slechts dan toe te staan, indien daar een voldoende economische waarde tegenover staat, die tot uitdrukking komt in de hoogte van het arbeidsloon. Dat in het onderhavige geval de Nederlandse arbeidsmarkt in het geding is, komt tot uitdrukking in de omstandigheid dat de werkgever in Nederland is gevestigd en de vervoermiddelen in Nederland zijn geregistreerd. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 8 Wml
- Artikel 6:4 Awb
- Artikel 8:77 Awb
- Artikel 2 Wet arbeid vreemdelingen
- Artikel 3 Wet arbeid vreemdelingen
- Artikel 4 Wet arbeid vreemdelingen
- Artikel 5 Wet arbeid vreemdelingen
- Artikel 8 Wet arbeid vreemdelingen
- Artikel 9 Wet arbeid vreemdelingen
- Artikel 21 Wet arbeid vreemdelingen
- Artikel 1 Bwav
- Artikel 71 VW
- Artikel 30 Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen