Rb. 's-Gravenhage 19 augustus 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AM2500

Ongewenstverklaring / uitzetting / schorsende werking. Verzoeker, met de Turkse nationaliteit, is per 1 april 2001 een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd verleend. Bij besluit van 25 januari 2002 is de verblijfsvergunning ingetrokken en is verzoeker ongewenst verklaard. Tegen dit besluit heeft verzoeker op 24 september 2002 zowel een bezwaarschrift als een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. Op 3 april 2003 heeft de voorzieningenrechter overwogen dat het bezwaarschrift naar zijn voorlopig oordeel ontvankelijk is. Nu het bezwaarschrift ontvankelijk is voldoet verzoeker naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter aan de eisen van artikel 7.2, eerste lid, Vb 2000, waarmee aan het bestreden besluit van rechtswege schorsende werking toekomt. Verzoeker heeft derhalve geen belang meer bij onderhavig verzoek om voorlopige voorziening, zodat dit verzoek niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen