Rb. 's-Gravenhage 22 augustus 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AL8292

Meldplicht / inhoudelijke beoordeling. Het niet meer voldoen aan de meldplicht als bedoeld in artikel 54, eerste lid, aanhef en onder f, Vw 2000 juncto artikel 4:51, eerste lid, aanhef en onder b, Vb 2000 is op zich niet voldoende voor de conclusie dat eiseres er geen prijs meer op stelt in Nederland te worden toegelaten. Noch in de Vw 2000 noch in het Vb 2000 is het voldoen aan deze meldplicht geformuleerd als voorwaarde voor een ontvankelijk beroep. Van belang is dat het bestreden besluit ziet op de beslissing omtrent de verlening van een status aan eiseres. Daaruit volgt dat haar belang in beginsel steeds rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken is. Dit is slechts anders indien eiseres uitdrukkelijk aangeeft dat zij geen prijs (meer) stelt op (een rechterlijk oordeel over) een beslissing van verweerder dan wel indien anderszins onmiskenbaar blijkt dat van een dergelijke situatie sprake is. Uit de door verweerder gebruikte bewoordingen ‘in redelijkheid’ en ‘kennelijk’ volgt dat ook verweerder van oordeel is dat er geen sprake is van onmiskenbaarheid als voornoemd. Dat de gemachtigde van eiseres geen contact meer heeft met eiseres en dat eiseres niet ter zitting is verschenen leidt evenmin tot het oordeel dat onmiskenbaar blijkt dat geen prijs meer wordt gesteld op een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Dit geldt des te minder nu noch de Awb, behoudens oproeping waarvan hier geen sprake is, noch de Vw 2000 een verschijningsplicht kent voor partijen. Niet vaststaat dat eiseres geen prijs stelt op een beoordeling van haar beroep. Het beroep is ontvankelijk en wordt gegrond verklaard, aangezien verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiseres niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen