Rb. 's-Gravenhage 10 oktober 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AL8278
Leeftijdsonderzoek / geloofwaardigheid. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat het asielrelaas van eiser positieve overtuigingskracht ontbeert en heeft dit mede gebaseerd op de uitkomst van een leeftijdsonderzoek. Daardoor zag de rechtbank zich gesteld voor de vraag of het leeftijdsonderzoek zoals dit door verweerder wordt uitgevoerd voldoende betrouwbaar is. De rechtbank is van oordeel dat het leeftijdsonderzoek kan worden aangemerkt als een deskundigenadvies aan de minister ten behoeve van de uitoefening van diens bevoegdheden. Daartoe dient het leeftijdonderzoek op een onpartijdige, objectieve en inzichtelijke wijze informatie te verschaffen, onder aanduiding - voor zover mogelijk en verantwoord - van de bronnen, waaraan deze is ontleend. Indien aan deze eisen is voldaan, mag de minister bij de besluitvorming op asielaanvragen van de juistheid van die informatie uitgaan, tenzij concrete aanknopingspunten bestaan voor twijfel aan de juistheid of volledigheid ervan. Een door de rechtbank ingeschakelde deskundige op het gebied van de röntgenologie heeft verslag uitgebracht omtrent de betrouwbaarheid van het door verweerder uitgevoerde onderzoek. Gezien de diverse stukken, het verhandelde op beide zittingen en het verslag van de deskundige, ziet de rechtbank geen grond om te twijfelen aan de conclusie die verbonden wordt aan een complete epifysairschijfsluiting, namelijk dat de betreffende persoon ten minste twintig jaar oud is. Vervolgens diende de vraag te worden beantwoord of door middel van conventionele röntgenfoto’s kan worden vastgesteld of de epifysairschijf volledig gesloten is. De rechtbank komt op basis van de stukken, het verhandelde ter zitting en de verslagen van de door de rechtbank ingeschakelde deskundige tot de conclusie dat dit niet onmogelijk is. De diverse door eiser naar voren gebrachte stellingen en argumenten bieden onvoldoende aanknopingspunten om aan de juistheid, volledigheid of betrouwbaarheid van het leeftijdsonderzoek te twijfelen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder dan ook de uitkomst van het leeftijdsonderzoek in de besluitvorming mogen betrekken. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl