Rb. 's-Gravenhage 26 augustus 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AL6460
Intrekking visum / meldplicht / bevoegdheid. Aan de orde is of artikel 4.48, derde lid, aanhef en onder b, Vb 2000 eiseres vrijstelt van meldplicht bij de korpschef. De rechtbank stelt voorop dat een besluit tot intrekking van een visum ambtshalve wordt genomen. De eisen die artikel 3:2 Awb stelt aan de besluitvorming door de overheid worden niet worden gemitigeerd of genuanceerd door artikel 4:2, tweede lid, Awb. Verweerder dient aannemelijk te maken dat grond bestaat voor intrekking van een visum. De rechtbank acht artikel 4.48, derde lid, Vb 2000 van doorslaggevend belang. Het gaat om een bevoegdheidstoedelende bepaling die ondubbelzinnig is geredigeerd. In artikel 4.48, derde lid, aanhef en onder b, Vb 2000 wordt uitdrukkelijk de bevoegdheid tot aanwijzing van de autoriteit toegekend aan de gemeenteraad. In dit geval heeft de gemeenteraad heeft de burgemeester aangewezen als autoriteit aan wie moet worden kennis gegeven en niet de chef van het regionale politiekorps waarbinnen de gemeente valt.
De uitspraak op rechtspraak.nl