Rb. 's-Gravenhage 7 juli 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AL3285

EU-onderdaan / ongewenstverklaring. Verweerder heeft eiser, die de Duitse nationaliteit heeft, niet als gemeenschapsonderdaan aangemerkt omdat eiser economische activiteiten zou hebben verricht en heeft eiser ongewenst verklaard. Verweerder heeft niet onderkend dat uit de richtlijnen 90/364/EEG en 90/365/EEG volgt dat eiser ook als economisch niet-actieve voor verblijf als gemeenschapsonderdaan in aanmerking komt indien en zolang hij zelfstandig over toereikende bestaansmiddelen beschikt en niet ten laste komt van de publieke middelen. De voorzieningenrechter overweegt dat er geen aanknopingspunten zijn voor het oordeel dat eiser niet zelfstandig over toereikende bestaansmiddelen zou beschikken en ten laste zou komen van de publieke middelen, zodat eiser op voorhand als gemeenschapsonderdaan moet worden beschouwd. Het primaire besluit berust aldus reeds hierom op een onjuiste grondslag. Toewijzing verzoek.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen