Rb. 's-Gravenhage 29 augustus 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AI1664
(...) Sanofi heeft nog de aandacht gevraagd voor schadelijke neveneffecten van de gewraakte indeling voor de positie van de volksgezondheid (de patiënt) en/of van de apotheekhoudende. Haar betoog in dit opzicht kan echter niet dienen ter ondersteuning van de stelling dat gedaagden jegens haar onrechtmatig handelen. Afgezien daarvan heeft de patiënt, in zijn algemeenheid gezegd, tegenover de apotheker recht op aflevering van het geneesmiddel dat de arts heeft voorgeschreven. Als deze een van de hier aan de orde zijnde geneesmiddelen van Sanofi heeft voorgeschreven - met het oog op de unieke toedieningsvorm of om andere medische redenen -, wordt de patiënt dus niet benadeeld. De enkele, mogelijk niet geheel denkbeeldige, mogelijkheid dat een apotheekhoudende ofwel de arts en de patiënt beweegt tot instemming met een ander, voor de kwaal minder passend, geneesmiddel ofwel op eigen gezag afwijkt van het recept, levert geen onmiskenbare onrechtmatigheid van de maatregelen op. In het eerste geval is er naar het medische oordeel van de arts kennelijk sprake van onderlinge vervangbaarheid - en is er dus concurrentie -, in het tweede geval handelt de apotheker, zoals gezegd, in strijd met een op hem rustende verplichting. (...)
De uitspraak op rechtspraak.nl