Rb. 's-Gravenhage 25 juli 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AI1527
Visum / middelenvereiste / garantverklaring. Eiser heeft een visum voor kort verblijf aangevraagd in het kader van familiebezoek. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen omdat referent niet over voldoende middelen beschikt en bovendien de garantverklaring onjuist heeft ingevuld. Referent heeft ten behoeve van eiser drie keer een garantverklaring moeten invullen, waarbij referent op de laatst ingevulde garantverklaring heeft nagelaten de naam van eiser te vermelden omdat hij twee maal zijn eigen naam heeft ingevuld. De tweede zich in het dossier bevindende garantverklaring is echter wel juist ingevuld, hetgeen door verweerder ter zitting ook is erkend. Derhalve kan niet worden gezegd dat referent zich niet voor eiser garant heeft gesteld. Hierbij is van belang dat verweerder ter zitting evenmin heeft kunnen verklaren waarom referent meerdere garantverklaringen heeft moeten invullen. Verweerder heeft gesteld dat referent niet duurzaam beschikt over een netto-inkomen dat ten minste gelijk is aan het op dat moment volgens de Algemene bijstandwet geldende minimum voor de categorie echtparen/gezinnen, te weten 915,93 euro per maand. Referent heeft slechts een dienstverband voor bepaalde tijd, te weten van 10 januari 2000 tot 10 juli 2000. Uit het wettelijk en beleidsmatig kader blijkt niet van de door verweerder gehanteerde norm waarop verweerder de visumaanvraag heeft afgewezen. Verweerder kan niet volstaan met het noemen van een bepaalde inkomensnorm, terwijl niet duidelijk is waarop deze norm in de wet of in het beleid ten behoeve van een visum voor kort verblijf in het kader van familiebezoek of toeristisch verblijf is gebaseerd. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl